https://pastebin.com/tEgS9WL1

  50 jaar wielrennen in Dongen

DE MOOISTE KOERSEN OVER DE SLECHTSTE KASSEIEN

Sponsorwerving, parcoursen uitstippelen, vergunningen binnen hengelen, renners contracteren, vrijwilligers polsen – overal waar hij Stichting Wielerbelang Dongen kon helpen, deed Wim van Dongen dat in de afgelopen vijftig jaar. “Het Nederlands kampioenschap is de erkenning voor alles wat Dongen voor de wielersport heeft betekend.”

Aan verhalen over de Ronde van Dongen en de Ronde van Midden-Brabant geen gebrek bij Wim van Dongen. Hij lepelt de ene anekdote na de andere op. Onder meer over de mensen die de wedstrijden altijd vrijwillig en met passie organiseren en over onverwachtse momenten: Jacques Hanegraaf die al was gehuldigd maar na een rekenfout van de jury toch geen eindwinnaar bleek, de onwaarschijnlijke prestatie in de Ronde van Midden-Brabant van een viertal Litouwers in de jaren tachtig en die ene keer dat hij moest ingrijpen toen een achtervolgende groep het parcours afsneed.

Dat hij een onuitputtelijke bron is van Dongense wielerverhalen is allesbehalve vreemd, want Wim heeft aan de wieg gestaan van Stichting Wielerbelang Dongen, de overkoepelende partij achter tal van wielerevenementen binnen de gemeentegrenzen. Eind jaren zestig wakkerden hij en andere fanaten het wielerenthousiasme in Dongen aan. Eerst kwam de Ronde van Dongen van de grond, in 1969. Het jaar daarna volgde de Ronde van Midden-Brabant, een koers voor junioren. De evenementen groeiden snel, want ze boden vertier aan mensen in Dongen en omgeving en dat sprak aan. De passie van de initiatiefnemers werkte bovendien aanstekelijk.


“Het lukte ieder jaar weer om enkele echte publiekstrekkers naar Dongen te halen”

Aanbellen bij Lucien Van Impe

“Voor de Ronde van Dongen was er meteen een parcours midden door Dongen, met aankomst in de Hoge Ham. Er stonden dat eerste jaar al wel tien- tot vijftienduizend mensen te kijken”, zegt Wim, de man van het eerste uur die nog altijd betrokken is. “De Ronde van Dongen is wat later een profcriterium geworden dat traditiegetrouw werd verreden op de laatste zondag van de bouwvak, zoals je die vroeger nog echt had. Iedereen kwam op die laatste vakantiedag samen en nam het er nog even van om er een dag later weer tegenaan te gaan op school en op het werk.”

Het was elk jaar weer een behoorlijke klus om een aansprekend deelnemersveld samen te stellen, herinnert hij zich. “De renners kregen startgeld. Maar als bestuur hadden we gezegd dat het niet te veel mocht kosten. Ik zei: ‘Ik regel het wel op m’n eigen manier’. Het bestuur stemde in maar was toch wat huiverig. ‘Je zorgt toch wel dat er op zondagmiddag om 15.00 uur een groep sterke wielrenners aan de start staat?’, kreeg ik te horen”, vertelt Wim, die zelf contact zocht met de renners en de intermediairs slim passeerde om geld te besparen.

“Als ik tijd had, ging ik gewoon naar België en belde ik aan bij mannen als Lucien Van Impe, Herman Van Springel, Roger Rosiers en Roger De Vlaeminck. En bij goeie renners die jaarlijks vele, soms tientallen kermiskoersen wonnen. Zij gingen allemaal maar wat graag op ons voorstel in, want dan hoefden ook zij geen commissie af te dragen. Het lukte ieder jaar weer om enkele klinkende namen, echte publiekstrekkers naar Dongen te halen”, zegt Wim.

Kasseien zijn een zekerheid

De oprichting van de Ronde van Midden-Brabant had een heel ander doel. “Natuurlijk wilden we mensen plezier bieden, maar nog meer wilden we hiermee bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de wielersport”, legt Wim uit. Met behulp van mensen van wielerclub De Jonge Renner – toen al een begrip in Noord-Brabant en ver daarbuiten – en enkele wielerliefhebbers uit het Brabantse kon de wedstrijd goed op poten worden gezet.

Wim noemt direct de naam van Amsterdammer Jasper Bouma, bekend als framebouwer, de man achter Jabo Fietsen. In Dongen opende hij een tweewielerzaak. “Hij was één van de grondleggers van de Ronde van Midden-Brabant. Zelden heb ik iemand met zo’n doorzettingsvermogen gezien.” Ook Adriaan van Gool en Jan Vissers maakten zich, net als Wim, sterk voor de oprichting van de Ronde van Midden-Brabant, in de begintijd een juniorenwedstrijd. “We waren allemaal mensen met een hart voor de wielersport”, benadrukt Wim.

De koers werd onderdeel van de Junioren Club Trofee en verwierf al snel een grote naam in het juniorencircuit. “De Ronde van Midden-Brabant was in de eerste 25 jaar van het bestaan de belangrijkste wedstrijd voor junioren uit heel Nederland. Waarom? We begonnen als eendaagse, maar werden al snel een tweedaagse wedstrijd. Destijds waren we de enige meerdaagse wedstrijd voor junioren. Op zaterdag stond er een rit door bijvoorbeeld de Biesbosch of het Land van Heusden en Altena gepland en later op de dag een tijdrit. Op zondag volgde een etappe met lokale ronden.”

Befaamde kasseien

En dan was er nog iets wat de Ronde van Midden-Brabant onderscheidde van elke andere koers: de befaamde kasseien van de Watertorenstraat, vertrouwd onderdeel van de wedstrijd. “Iedereen in de wielersport die spreekt over de Ronde van Midden-Brabant, zegt: dat is de koers met de kasseien van de Watertorenstraat. Iedereen kent ze. De strook is maar een kilometer lang, maar je kunt nergens in Nederland kasseien vinden die er slechter bij liggen”, zegt Wim. “Voor de meeste junioren was dit bovendien de eerste kennismaking met kasseien.”

Hoe vaak het parcours in de loop der jaren ook is veranderd, de kasseistrook is er altijd onderdeel van geweest. “Het is een zekerheid bij de Ronde van Midden-Brabant”, vertelt Wim. “Met onder meer de kasseien zorg je voor een selectief parcours en dus een mooie wedstrijd. We willen niet dat er honderd renners binnen een minuut van de winnaar aankomen. Het pak wordt steevast uit elkaar getrokken. Tegelijkertijd staan we voor veiligheid. We rijden niet door de bebouwde kom om alleen maar aan het publiek te laten zien wat we doen. We zijn wars van opsmuk.”


“Al vijftig jaar staan we klaar voor de wielersport. En dat blijven we doen”

Vernieuwd concept

Zonder aan het handelsmerk van de wedstrijd te tornen, zijn er in de loop der jaren wel wijzigingen doorgevoerd. Zo is de Ronde van Midden-Brabant de laatste jaren weer een eendagswedstrijd. Bovendien is de Ronde van Dongen in het evenement verweven: beide vinden nu op dezelfde dag plaats. Tussen de vijf passages van de Ronde van Midden-Brabant door is er het spektakel van de Ronde van Dongen. Die is sinds eind jaren tachtig geen profcriterium meer, maar een tweedelig evenement: een omnium voor nieuwelingen en een dikkebandenrace voor de jeugd.

“Dit concept werk uitstekend. Het publiek bij de start- en finishlocatie wordt continu vermaakt. En tegelijkertijd hoeven we maar één keer de kosten te maken om het evenement op een goede, mooie en veiliger manier organiseren”, vertelt Wim. Voor de trouwe groep sponsors is het bovendien aantrekkelijker om aan boord te stappen, omdat de sponsorpropositie met de tjokvolle sportdag voor jong én oud nog wat sterker is. “De doelgroep is breed.”

Er is overigens nog een voornaam verschil met het oorspronkelijke wedstrijdconcept van de Ronde van Midden-Brabant: de wedstrijd is er niet meer voor junioren, maar voor beloften en eliterenners. De organisatie besloot het roer halverwege de jaren negentig om te gooien na een geschil met de KNWU. De organisatie wilde bij het 25-jarig jubileum van de Ronde van Midden-Brabant, in 1995, het Nederlands kampioenschap voor junioren en nieuwelingen naar Dongen halen. Ze vond het onverteerbaar dat de KNWU voor een andere plaats koos.

Steengoede renners winnen in Dongen

Dat Dongen nu alsnog gastheer is van een Nederlands kampioenschap, beschouwt Stichting Wielerbelang als een mooi compliment. “Kijk naar de erelijst van de Ronde van Midden-Brabant; er hebben hier alleen maar steengoede renners gewonnen. Toen we nog een juniorenwedstrijd waren, hadden mannen als Jan Raas, Adri van Houwelingen, Frits Pirard, Gert Jakobs en Karsten Kroon hier beet. Zij zijn mede op onze wegen gevormd tot de succesvolle renners die ze werden. Ook in de nieuwe opzet, toen we in 1995 een elitewedstrijd werden, wonnen hier bekende renners: namen als Johnny Hoogerland en Roy Curvers zijn voor iedere wielerliefhebber bekend”, stelt Wim.

“Al vijftig jaar houden we het vol, ook in moeilijkere tijden waren we er. We staan klaar voor de wielersport. En dat blijven we doen. We zijn er ontzettend trots op dat we het met een relatief klein budget steeds weer netjes voor elkaar hebben. Dit Nederlands kampioenschap is een erkenning voor het werk dat we hebben verricht en hetgeen we hebben betekend voor de wielersport. We zijn ervan overtuigd dat dit kampioenschap een hoogtepunt wordt.”

Enthousiasme langs het parcours

“Er moeten ieder jaar bergen werk worden verzet, maar onze mensen is niets teveel gevraagd. Iedereen houdt steeds hetzelfde doel voor ogen: er een geweldig sportief evenement van maken, zowel voor de renners als het publiek”, zegt Piet Scheepers, die al ruim twintig jaar is betrokken bij Stichting Wielerbelang Dongen en zelf de PR en communicatie voor zijn rekening neemt.

Piet is trots als hij een blik werpt op de namen die op de deelnemers- en erelijst van de diverse wielerevenementen prijken. “Jan Raas, Joop Zoetemelk, Gerrie Knetemann; ze hebben hier allemaal gereden”, zegt Scheepers. “Ik herinner me ook nog dat Jean Nelissen hier verslag kwam doen. Hij schreef alles met een potloodje in een notitieblok op en niet met pen om te voorkomen dat de inkt bij regen zou uitlopen.”

Nog trotser is Piet als hij denkt aan het enthousiasme dat de evenementen van Stichting Wielerbelang Dongen losmaken. “Neem de Dikke Banden Race: die trok vorig jaar maar liefst honderd jonge deelnemers, verdeeld over drie categorieën. Het enthousiasme en fanatisme van opa’s, oma’s, ouders, broers en zussen is haast niet te beschrijven. Zo mooi! Dit draagt bij aan een geweldige sfeer langs het parcours.”